Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums blijven liggen. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
The Dead And Living – Damage
The Dead And Living is een Zweedse band die een mix speelt van rock, punk, goth en folk. Het zwaartepunt ligt echter bij de goth rock. ‘Damage’ is de opvolger van het zes jaar geleden uitgebrachte album ‘The Author’s Curse’. Dit mini-album komt op een goed moment aangezien er de laatste paar jaar een revival plaatsvindt met betrekking tot het goth rock genre. Ik weet niet of het aan de poolnachten ligt of de algemene duisternis maar feit is dat Skandinavische landen betere goth rock bands voortbrengen dan landen elders op de wereld. The Dead And Living moet het niet hebben van muzikale krachtpatserij of virtuositeit. De nadruk en het sterke punt van The Dead And Living ligt op het zangwerk. De zang van Coroner en de vrouwelijke koortjes en (achtergrond)zang. De nadruk ligt op het creëeren van een duistere sfeer en daar slaagt The Dead And Living bijzonder goed in. De beste nummers worden voor het laatst bewaard. ‘Demons Till I’m Dead’ wat muzikaal wat spannender is dan de andere 3 nummers en afsluiter ‘Army Of Mankind’ wat een kruising is van Cradle Of Filth en Rammstein. Liefhebbers van Type O Negative, Cradle Of Filth en een ‘duistere’ Nightwish kunnen dit mini-album met een gerust hart aanschaffen. ‘Damage krijgt van mij een 7 omdat het album niet van een constant niveau is. De hoogtepunten die er wel degelijk zijn, zijn te schaars. Zeker als je nagaat dat er een periode van zes jaar tussen dit album en het vorige album ligt. Er zit meer in dan we nu te horen krijgen. (Ad Keepers) (7/10) (Rexius Records)
Robbert Duijf -Silver Spoon
Robbert Duijf won vorig jaar de European Blues Challenge voor bands. Robbert speelt en zingt/vertelt van uit zijn hart, en maakt pure, akoestische nummers. Zijn muziek is een mix van delta blues, gospel en een vleugje Brits-Amerikaanse folk. ‘Silver Spoon’ is een Old school album met one track recordings en weinig overdubs. Zo komen de pure nummers goed tot zijn recht. Het album telt 12 nummers, waaronder twee covers. De prettige stem van Robbert (waar soms een ruw randje op zit) vormt een prima melange met de achtergrondzang. Wel is deze af en toe op voorspelbare momenten. Je tapt vanzelf mee op de overwegend rustige flow van de muziek. ‘First train out’ is een ode aan zijn geboortestad, er klinkt wanhoop in zijn stem. De nummers bevatten mooie wendingen, je voelt de emotie in de ingetogen delen. Zang en muziek sluiten bij elkaar aan, de percussie bevat leuke details. De zang van Robbert in ‘The General’ is fantastisch, dat geldt ook voor de a capella zang in ‘Those Days’. ‘Silver Spoon’ is een prima tussendoortje in de drukte van de dag. (Esther Kessel-Tamerus) (7/10) (NAKED)
Tristan – Frou-Frou
De vaste kern van Tristan wordt al jaren gevormd door toetsenist Coen Molenaar, bassist Frans Vollink en drummer Sebastiaan Cornelissen. Voor dit achtste album, ‘Frou-Frou’, wordt de formatie aangevuld met gitarist Glenn Black en zangeres Irma Derby. Als er één ding over dit nieuwe album mag worden gezegd, dan is het wel dat het spelplezier er vanaf spat. Van de eerste tonen van opener ‘Changes’ tot aan ‘Circumstances’ hoor je dat de band met maximale vreugde heeft gewerkt aan de composities die toch vooral sterk leunen op de funk, al noemt Tristan het zelf een mix van funk, R&B en ‘acid jazz’. De funk is er: het ritmische Nile Rodgers-achtige spel van Black is in veel tracks bepalend, terwijl Vollink zijn baslijnen er speels doorheen laat krullen. Het is een sound die doet denken aan de betere producties van het echtpaar Ashford en Simpson. Luister eens naar ‘The Boss’ van Diana Ross en zet daarna dit op. Naadloos. Dat komt niet in de laatste plaats door het stemgeluid van Derby. Waar sommige R&B-zangeressen zich verliezen in al te veel tierelantijntjes, weet Derby – zonder haar te willen of kunnen vergelijken met La Ross, dat zou pure blasfemie zijn – hoe ze moet doseren. Hemelzijdank, want al te vaak worden goede composities vermoord door een hoeveelheid aan hevige verzurende ad-libs. De verleiding is er, zoals in ‘Will You Ever Stay’, maar ook dit zingt Derby heerlijk ‘clean’ en laat ze de muziek haar werk doen, inclusief een heerlijke pianosolo van Molenaar. En over piano gesproken: op ‘I’m Gonna Love You Just a Little Bit More’ wordt Derby alleen door Molenaar begeleidt, hetgeen een waar, zij het mierzoet – en daar is op zijn tijd niets mis mee – pareltje oplevert. De funk en soul zijn overduidelijk aanwezig, maar hoe zit het met die beloofde jazz? In de instrumentale tracks ‘Confuse Me’ en de titeltrack ‘Frou-Frou’ horen we de jazzrock-invloeden terug, met aanstekelijke improvisaties van Black en Molenaar op de Fender Rhodes. Al met al een prima, afwisselende productie die het zeker live ook weer goed zal doen. (Jeroen Mulder) (8/10) (Isolde Records)
L.A. Guns – Leopard Skin
L.A. Guns, de legendarische hardrockband waaruit mede Guns N’ Roses ontstond, deze week hun zestiende studioalbum ‘Leopard Skin’ uit. De huidige bezetting, met oprichter Tracii Guns en zanger Phil Lewis als kern, levert precies wat je van ze verwacht. Van de albumhoes tot nummertitels als ‘Lucky Motherfucker’ – alles ademt cliché, maar dat is juist de charme. De gitaarriffs, de falsetto gilletjes; het hoort er allemaal bij en het is vakkundig uitgevoerd. Bij een zomerse barbecue met wat pilsjes zal ‘Leopard Skin’ ongetwijfeld voor een gezellige sfeer zorgen. L.A. Guns doet wat ze kunnen en ze doen het goed, al is het album in muzikaal opzicht niet wereldschokkend te noemen. Voor fans van het genre blijft de band relevant door consequent nieuw materiaal uit te brengen. Hoewel ze niet meer de commerciële hoogtepunten van weleer bereiken, hebben ze een trouwe aanhang die hun toewijding aan de hardrocksound waardeert. Voor anderen blijft het echter een ietwat overbodig album in een overvolle markt. (Jan Vranken) (6/10) (Cleopatra Records)
Chesney Hawkes – Living Arrows
Chesney Hawkes, de Britse one-hit wonder die in 1991 de hitlijsten domineerde met ‘I Am the One and Only,’ is terug met zijn vijfde studioalbum ‘Living Arrows.’ Dit album, oorspronkelijk gepland voor 2021 maar nu pas uitgebracht in 2025, is geproduceerd door Jake Gosling, bekend van zijn werk met Ed Sheeran en One Direction. De titel van het album is geïnspireerd door het gedicht ‘On Children’ van Kahlil Gibran en thematisch richt Hawkes zich op ouderschap, geestelijke gezondheid en verlies. Ondanks deze veelbelovende uitgangspunten blijft ‘Living Arrows’ een slechts zeer middelmatig popalbum dat weinig diepgang biedt. Voor fans van de voormalige tieneridool zal dit album misschien nog de moeite waard zijn, maar voor de meeste luisteraars biedt het weinig nieuws of verrassends. De productie is strak en professioneel, maar de nummers missen de memorabele kwaliteit die nodig is om Hawkes uit de schaduw van zijn grote hit te halen. Wanneer hij straks gaat optreden, zullen de zalen ongetwijfeld vollopen met nostalgische fans die geduldig wachten tot hij eindelijk ‘I Am the One and Only’ speelt. Het lijkt erop dat, ondanks zijn pogingen om artistiek te groeien met elk nieuw album, Hawkes het lot van een eendagsvlieg niet kan ontlopen. (Jan Vranken) (5/10) (HGLA Ltd)